De promotor

De promotor informeert de promovendus schriftelijk van zijn bereidheid om als promotor te worden aangewezen en van zijn goedkeuring van het manuscript als proefschrift.

1. Schriftelijke notificatie van bereidheid

De promotor informeert de promovendus schriftelijk van zijn bereidheid om als promotor te worden aangewezen en van zijn goedkeuring van het manuscript als proefschrift.

2. Informatie promotor

Wanneer een lid van de wetenschappelijke staf van de universiteit die tevens elders in Nederland is benoemd als bijzonder / deeltijd hoogleraar, als promotor optreedt,
a. dient op de achterzijde van het titelblad van het proefschrift achter de naam te worden vermeld de instelling waar de promotor als bijzonder of deeltijd-hoogleraar is benoemd;
b. is deze tijdens de promotiezitting gekleed in de ambtskleding behorend bij de universiteit van benoeming en niet in een Leidse toga.

3. Copromotor

In voorkomende gevallen kan ook een gepromoveerde universitaire docent met erkende deskundigheid op het terrein van het promotieonderzoek en bij volledige functie-uitoefening worden aangewezen als copromotor en als lid van de promotie- en/of oppositiecommissie.

4. Niet-Leidse promotor

Wanneer ook een niet-Leids hoogleraar is aangewezen om als promotor op te treden is het de taak van de Leidse promotor deze, waar nodig, te informeren over hetgeen bij of krachtens het Promotiereglement is voorgeschreven.

5. Betrokkenheid referent bij proefschrift

Gelet op de bepaling in het Promotiereglement dat de referent niet wezenlijk is betrokken bij de totstandkoming van het manuscript, kan in geval van een proefschrift in de vorm van een bundeling van wetenschappelijke artikelen de referent niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van één of meer van dergelijke artikelen, d.w.z. deze kan daarvan geen medeauteur zijn (geweest).

6. Cum laude

In geval wordt overwogen voor te stellen het doctoraat met het predikaat ‘cum laude’ te verlenen, wordt dit voorstel voorbereid op de wijze zoals door het College voor Promoties per faculteit is vastgesteld. De afronding van het voorstel dient op een dusdanig tijdstip plaats te vinden dat de decaan van de faculteit in de gelegenheid is de pedel van de universiteit daarover uiterlijk twee weken voor de promotiezitting te informeren. Informatie over de facultaire ‘cum laude’-regeling kan worden ingewonnen bij het bureau van de faculteit.

7. Informerende taak t.b.v. de promovendus

De promotor licht vóór de promotiezitting de promovendus in over de gang van zaken tijdens de plechtigheid.

8. Informerende taak t.b.v. pedel

De promotor draagt er zorg voor dat de pedel tijdig voor de promotiezitting op de hoogte wordt gesteld van de titulatuur, voorletters, namen, werkadressen en -telefoonnummers van alle leden van de oppositiecommissie.

9. Kledingvoorschriften

De leden van de ter zitting aanwezige commissie (oppositiecommissie) dragen
a. voor zover zij hoogleraar zijn, hun toga over
- heren: donker kostuum, wit overhemd en zwarte das;
- dames: donkere kleding, witte blouse.
b. voor zover zij geen hoogleraar zijn,
- heren: donker kostuum, wit overhemd en passende das;
- dames: bij de aard van de plechtigheid behorende stemmige kleding.

10. Informerende taak t.b.v. niet-Leidse leden oppositiecommissie

Wanneer de promotor personen die niet aan de Universiteit Leiden zijn verbonden, heeft uitgenodigd deel uit te maken van de oppositiecommissie, stelt hij dezen op de hoogte van hetgeen ter zitting gebruikelijk is incl. informatie over het gebruik dat zij in de daarvoor in aanmerking komende situaties ter zitting worden verwacht gekleed in de ambtskleding van de universiteit van herkomst.

11. Opgave van opponenten ter zitting

T.b.v. de (fungerend) rector en de secretaris van de commissie dient een opgave van de opponenten ter zitting beschikbaar te zijn, waarbij met name van de gasten de universiteit of andere organisatie staat vermeld waar zij werkzaam zijn. In deze opgave wordt tevens aangegeven wie de laudatio (zie verder) uitspreekt.

Laatst Gewijzigd: 06-11-2008